In de pers

Nieuwssites over publicatie:

 

https://www.allesinkaagenbraassem.nl/nieuws/veteranenboek-kaag-en-braassem-een-stukje-lokale-geschiedenis.html#.XvR15Qqy08o.twitter

 

Veteranenboek Kaag en Braassem – een stukje lokale geschiedenis

Door • Alles in Kaag en Braassem • donderdag 25 juni 2020 om 10:27

Door de coronacrisis zijn zo goed als alle veteranenactiviteiten afgelast. Toch vond er gisteren, op woensdag 24 juni, een bijzondere gebeurtenis plaats voor de veteranen.

Tweet Delen

Op woensdag 24 juni nam Inspecteur Generaal der Krijgsmacht Frank van Sprang het eerste exemplaar van het Veteranenboek Kaag en Braassem in ontvangst. De IGK heeft zelf, middels een voorwoord in het boek, een waardevolle bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit Veteranenboek. Ook burgemeester Marina van der Velde van de gemeente Kaag en Braassem was aanwezig en mocht een exemplaar ontvangen. Ook de 29 deelnemende veteranen, die in het boek staan, kregen de mogelijkheid om een gratis exemplaar van het Veteranenboek Kaag en Braassem op te halen.

Voor de totstandkoming van het Veteranenboek Kaag en Braassem werden 29 veteranen, afkomstig uit of wonend in Kaag en Braassem, geïnterviewd over hun ervaringen als militair in de periode van 1940 tot aan de huidige missies naar Mali. Auteur Joep Derksen: ‘’De 26 mannen en drie vrouwen praten openhartig over hun ervaringen en gevoelens en in het boek zelf staan veel van hun eigen foto’s uit hun eigen missies.’’

Dit boek is geschreven door de Stichting Zinsnede om deze waardevolle verhalen – een stukje lokale geschiedenis – voor altijd te behouden.   Auteur Joep Derksen heeft de veteranen geïnterviewd. De realisatie van het Veteranenboek Kaag en Braassem is mede mogelijk gemaakt dankzij een donatie door Fonds Alphen e.o.

 

https://www.omroepwest.nl/media/32128/Inspecteur-Generaal-der-Krijgsmacht-over-Veteranendag-2020

 

Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht over Veteranendag 2020

donderdag 25 juni 2020, 09:30

Views 0

Delen

Geen defilé door Den Haag en geen toespraken op het Malieveld. De Nederlandse Veteranendag ziet er zaterdag heel anders uit dan normaal. Minister-president Mark Rutte en minister Ank Bijleveld (Defensie) ontvangen vijf veteranen en enkele gasten in een verder lege Ridderzaal. Frank van Sprang, Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, legt uit hoe het programma voor dit jaar tot stand is gekomen.

 

 

 

 

 

file:///C:/Users/joepd/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/PaginaVeteranenboek%20(1).pdf

 

 

Zo passeren de Tweede Wereldoorlog, de strijd om Nederlands-Indië en de vergeefse pogingen om Nieuw-Guinea richting de daar levende Papoea’s te laten gaan de revue. Net als missies in landen als Cambodja, Afghanistan, Kirgizië, Irak, Mali en de verschillende Balkanoorlogen. Ondertitel van het ’Veteranenboek Kaag en Braassem’ is dan ook: ’Tachtig jaren van oorlog en vredeshandhaving’. Er komen dienstplichtigen aan het woord die geen zin hadden om negen maanden op hun ’achterwerk te zitten in Duitsland’ en voor avontuur en wat extra geld kozen. Maar ook mensen die de wereld beter wilden maken. „Soms is dat gelukt, soms ook niet”, weet Derksen, die eerder Veteranenboeken maakte in Lisse, Nieuwkoop en zijn woonplaats Teylingen. „Maar ze verdienen wel dit podium.” Neem Ester Hogenboom. Zij volgde een opleiding in de zorg, maar toen ze een tv-spotje van Defensie zag wist ze wat ze moest doen. En wat deed dit feestbeest na een eerste afkeuring? ’Als een debiel sporten’ om er alsnog bij te komen. Inmiddels is ze sergeant. Voor de latere sergeant-majoor John Jansen was de keuring van een week – in Hilversum – een ervaring op zich. Al was hij 16, zijn gemeente had hij nooit eerder verlaten. Hij bleek sterk genoeg voor het Korps Mariniers. Dat hij daar ook voor tekende was simpelweg omdat hij hoorde dat ’je dan alleen maar buiten bent.’ Zo was het ook thuis: binnen kwam hij pas wanneer zijn moeder aangaf dat het bedtijd was. Uiteindelijk zou hij in Cambodja, Bosnië, Irak en Afghanistan buiten zijn. Katholiek Weer een ander verhaal was het bij Simone van Klink. Na een studie medicijnen, met coschappen en al, kwam er een schrikbeeld in haar op: veertig jaar ’in een ziekenhuis zitten’. Toen ze militaire artsen hoorde vertellen over hun ’uitzending’, leek haar dat de kans om te ontdekken hoe ze zelf onder dergelijke omstandigheden zou functioneren. Voordat de inmiddels 99-jarige

Jan van der Zwet vlak voor de Tweede Wereldoorlog onder de wapenen moest, werd hij naar de paters gestuurd. „Ik was katholiek opgevoed en kreeg ’seksuele voorlichting’. Dat waren vooral donderpreken over dat we allemaal naar de hel zouden gaan, als we een meisje zwanger zouden maken. Daarna kregen we kort voor ons vertrek absolutie van een priester: we konden gaan. Pas later besefte

ik de wrange ironie hierachter.” Met zijn makkers moest de kwekerszoon zo’n 23.000 Duitsers achter de Grebbeberg zien te houden, wat maar enkele dagen vol te houden was. Hij zag in die tijd jongens sneuvelen. „Een van hen was Bernhard Stockmann, die uit Roelofarendsveen kwam en zo’n vijftig meter bij mij vandaan lag.” Voordat Jan Kortekaas jr. op missie ging naar Libanon – aange

prezen in filmpjes vol surfers op zonnige stranden – waarschuwde zijn vader hem dat het ’geen chocoladeland is’. En dat maakte indruk. Want al praatte hij er nooit over, Jan Kortekaas sr. zat vol oorlogservaring. Zo hing in de gang een foto van het Bronzen Erekruis voor de moed die hij had getoond. Zo dook hij, bij het veroveren van een brug op Indonesische vrijheidsstrijders, niet weg toen er met zwaar automatisch vuur werd geschoten op zijn lichte verkenningsvoertuig. Beter mikken De legertop roemde hem omdat hij bij deze actie ’vele vijanden alsmede enkele vijandige auto’s buiten gevecht had gesteld’, zelf zou hij simpelweg verklaren dat hij rechtop zat om beter te kunnen mikken. Eergevoel had hem tussen de fluitende kogels heus niet bezig gehouden, eerder de vraag of hij er heel zou uitkomen. „Mij kon het niet zoveel schelen. Aan de andere kant wilde ik ook graag terugkomen, trouwen en kinderen opvoeden”, noteerde hij in zijn dagboek waarover Derksen de beschikking kreeg; Kortekaas overleed voordat hij geïnterviewd kon worden. Het leerde hoe hij in oktober 1947 ’voorlopig voor het laatst de bossen in de schitterende herfstkleuren zag; mooier dan de beste schilder ze ooit op het doek zou kunnen brengen. ’s Middags om vijf uur voeren we weg uit Amsterdam, onder de tonen van het Wilhelmus.’ De reis was een belevenis op zich, kijkt Jan van der Poel terug die er ook bij de eerste politionele actie in 1946 al bij was: „We hadden helemaal geen comfort op de omgebouwde vrachtschuit. Douchen

kon je er niet en de toiletten stonden in één ruimte: 25 potten aan weerskanten; zonder afscheiding. Daar moest je dan met duizend man op zitten.” Door de oorlog thuis waren de opvarenden gelukkig ’wel wat gewend’: „Antistoffen hadden we voldoende.” En klagen deed je in die tijd niet. Tijdens zijn opleiding had hij het aanbod gekregen om in Nederland te blijven. Als chauffeur. Zonder dat aan zijn verkering te vertellen, zei hij: ’Stuur mij maar uit’. In het begin geloofde hij in de missie: „Toen zaten daar nog 300.000 Nederlanders. Als wij niet waren gekomen, hadden de Indonesiërs ze allemaal afgeslacht. Later werd het anders; toen bleef de regering de soldaten inzetten voor het behoud van olie en specerijen.” Volwassen Dat gebeurde niet altijd even zachtzinnig, weet Theo van der Meer. Zo beet een sergeant hem toe toen hij weigerde gevangenen dood te schieten ’dat het oorlogstijd is: wij kunnen jou de kogel geven’. Hierop volgde hij het bevel alsnog op. Ook ondersteunde zijn eenheid de later berucht geworden kapitein Westerling: „Terwijl hij de kampen door ging moesten wij de wegen afzetten en iedereen neerknallen die zo’n kamp uit vluchtte. De eerste keer was dit het moeilijkst, maar op een gegeven moment interesseert het je niet meer.” „Je mag alles schrijven. Ik ben toch niet zo lang meer op deze aarde”, kreeg Derksen mee van de 94-jarige ’Fietsie’, zoals in de Veen zijn bijnaam luidt. En wat merkte Teus Koek? Dat hij de dingen ook in stressvolle situaties, bijvoorbeeld toen een

wagen waarin hij zat op een bermbom knalde, precies zo deed als hij op trainingen had geleerd. Extra missies wilde hij het thuisfront niet aandoen, wel koos hij er bewust voor om ic-verpleegkundige te worden. Ook daar kan hij immers handelen in bijzondere situaties. ’Veruit de meeste veteranen komen beter terug van een uitzending, maar daarmee mogen we niet degenen uit het oog verliezen die zijn beschadigd’, meldt de inspecteur-generaal in zijn voorwoord, waarin hij kritiek op de gebrekkige nazorg pareert met de opmerking dat die steeds beter is geworden. Soms ook lijkt de schade beperkt, zoals bij Angelique Straathof-Mol. In Afghanistan maakte ze 52 raketaanvallen mee en ze heeft vooral last van onverwachte vuurwerkknallen. Toen een sirene afging op de Veense kermis, verstijfde ze compleet: „Dat geluid leek namelijk enorm op het alarm, dat je hoorde bij een raketaanval.” Een blauwe vuilniszak brengt Jansen direct terug in de bergen van Afghanistan. Daar bevatte zo’n zak de resten van een F16-piloot die hij goed kende. Zijn overbezorgdheid heeft ’zijn weerslag op de opvoeding; „Je wilt een vader zijn, maar bent eerder hun beveiliger omdat je weet hoe naar de wereld er uit kan zien.” Dave Oosterveen ontkende het

eerst, maar uiteindelijk werd duidelijk dat hij een post traumatische stress stoornis (PTSS) heeft: „Drie uur slapen per nacht, een kort lontje, nachtmerries, herbelevingen en jezelf afsluiten van de wereld. Ik kreeg therapie, maar het werkte niet. Vorig jaar meldde ik mij weer aan en nu wordt het hele gezin meegenomen in de therapieën. Het gaat beter; we worden allemaal geholpen en er wordt duidelijk wat er met papa is.” Kameraadschap Frank Oldekamp is ’ongelofelijk blij’ met zijn paarden: „Zij hebben me gered; zijn mijn therapie; zonder hen had ik in de goot gelegen. Bij mijn paarden kom ik tot rust. Werken gaat niet meer en in een rijtjeshuis of flat kan ik niet meer wonen. Ik wil geen prikkels en ruzie ontwijk ik. Ik kan niet tegen onrecht, liegen en bedriegen. Daarom ben ik zo blij met mijn verloofde Corine, die mij in mijn slechtste periode omarmde en bij mij bleef.” Hij bewaart aan slechts één element van zijn Libanon-missie goede herinneringen: de kameraadschap tussen de jongens. „Dat kennen ze niet in de burgermaatschappij. Het was echt samen uit en samen thuis.” Als het even kon, nam je het voor elkaar op. Neem Jan Kortekaas jr: want wat deed hij toen de makker met wie hij de wacht moest houden stond te tollen van een joint op het moment dat er een controleur naderde? Achter hem hurken, zijn heupen vasthouden en zijn hand opheffen om te salueren. Wat Jan Timmers nog altijd oneerlijk vindt is dat Nieuw-Guinea Veteranen als hij op de Nationale Veteranendag geen vlag mo

gen meedragen van de ’Papoeabroeders’ die ’heel terecht’ streven naar een West-Papoea dat los is gemaakt van Indonesië: „Ze hebben een éreplaats verdiend! Officieel waren wij gekomen om hen te beschermen, maar in de rimboe waren zij het die heel vaak ons beschermden. Als wij aan het einde van een patrouilledag bivak maakten, trokken zij hun pakkie van de politie of het Papoea Vrijwilliger Korps uit en gingen blootsvoets met koppel en speer het bos in om geruisloos de situatie te verkennen. Aan hen is het mede te danken dat er aan onze kant verhoudingsgewijs weinig mensen gesneuveld zijn. We hadden echt niet zonder hen gekund.” Kabouter Plop Guido Senne hoopt via het Veteranenboek duidelijk te maken dat militairen niet altijd de uit films bekende vechtmachines zijn: „Met name de mannen en vrouwen die tussen de lokale bevolking opereren, horen en zien veel.” Naast narigheid is er gelukkig ook lol. Zo genoot hij ervan om in Mali de ’Kabouter Plop dans’ te doen met honderden kinderen die mee dansten en zongen wat ze konden. Toch wil hij voorlopig niet op missie: voor geen goud wil hij de diploma-uitreiking van zijn zoon missen. Bij diens geboorte gebeurde dat wel, hoe goed hij een tijdige terugkeer ook geregeld dacht te hebben. Paul van der Kooij Het Veteranenboek ligt bij boekhandel Veenerick in Roelofarendsveen en is te bestellen via ISBN-nummer 978-90-828414-3-5.

Tachtig jaar oorlog en vrede in boek Een boek waarin veteranen terugblikken op ’hun’ oorlog of missie en vertellen hoe het ze nu vergaat, ook Kaag en Braassem heeft het nu. Joep Derksen overhandigt in het gemeentehuis deze woensdagmiddag het eerste exemplaar aan Frank van Sprang. Hij is inspecteur-generaal der krijgsmacht en schreef het voorwoord voor het 136 pagina’s tellende boek waarin 26 mannelijke en drie vrouwelijke veteranen centraal staan.

Guido Senne maakte ook in Mali duidelijk dat militairen niet altijd de uit films bekende vechtmachines zijn. Op zijn tijd voetbalde hij of deed hij de Kabouter Plopdans.

Sergeant Ester Hogenboom ging ’als een debiel’ sporten…

Simone van Klink wilde niet ’veertig jaar in een ziekenhuis zitten’.

 

 

https://www.omroepwest.nl/nieuws/4065780/Verhalen-van-veteranen-vereeuwigd-Wij-zijn-geen-clubje-vechtjassen

 

Verhalen van veteranen vereeuwigd: ‘Wij zijn geen clubje vechtjassen’

Joep Derksen (rechts), schrijver van het boek, poseert met veteraan Frank Oldekamp | Foto: PR

KAAG EN BRAASSEM – De één moest letterlijk laveren tussen bermbommen en werd ook enkele keren beschoten, de ander ontfermde zich over slachtoffers met klaplongen en afgerukte ledematen. Het overkwam Koen Castelein (30) en Simone van Klink (39) toen ze op missie naar Afghanistan moesten. Hun verhalen en die van 27 andere veteranen uit Kaag en Braassem zijn in boekvorm vereeuwigd.

Het is na Lisse, Teylingen en Nieuwkoop de derde regionale gemeente met een eigen veteranenboek. Drie vrouwen en 26 mannen zijn daarvoor door schrijver Joep Derksen geïnterviewd. Het eerste exemplaar van ‘Veteranenboek Kaag en Braassem, tachtig jaren van oorlog en vredeshandhaving’ werd woensdagavond in het gemeentehuis uitgereikt aan Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht Frank van Sprang.

‘Wat je vaak merkt, is dat wij hier in Nederland een beetje het gevoel hebben dat vrede vanzelf komt en veiligheid vanzelfsprekend is’, vertelt Van Sprang, die onder meer de belangen van veteranen behartigt. ‘Terwijl deze veteranen een verhaal kunnen vertellen, omdat zij in gebieden zijn geweest waar dat niet zo vanzelfsprekend is. En dan is het goed om die ervaringen te delen.’

Standrechtelijke executies

Dat die verhalen soms heel heftig kunnen zijn, blijkt wel uit een schokkende onthulling die de 95-jarige Theo van der Meer in het boek doet. De veteraan uit Roelofarendsveen (bijgenaamd ‘Fietsie’) moest naar eigen zeggen standrechtelijke executies verrichten in het voormalige Nederlands-Indië. ‘Hij zegt ook: schrijf het maar op, het maakt me niet meer uit’, aldus auteur Joep Derksen. Van der Meer zegt zelf in het boek:

‘Daar zat ik dan met de vinger aan de trekker. De sergeant kwam en hij beval me om een gevangene mee te nemen. Hij deed hetzelfde. We stopten iets verderop, dwongen de gevangenen om te knielen en de sergeant beval me om er eentje dood te schieten. Ik weigerde. Waarna de sergeant zei: dit is oorlogstijd, wij kunnen jou de kogel geven. Toen heb ik het toch maar gedaan.’

Heelhuids teruggekeerd

Theo van der Meer in zijn periode als militair | Privéfoto | Privéfoto

Afghanistan

Zo slecht als Van der Meer terugkijkt op zijn ervaringen, waar hij af en toe nog altijd nachtmerries van heeft, zo positief is Koen Castelein over zijn uitzendingen in 2009 en 2013. In zijn geval geldt dat niet alleen hij, maar ook zijn directe collega’s heelhuids zijn teruggekeerd uit respectievelijk de Afghaanse provincies Uruzgan en Kunduz. ‘Ik denk dat het belangrijk is om je te realiseren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. En dat we deze verhalen blijven herinneren’, vindt de in Roelofarendsveen opgegroeide Castelein.

Koen Castelein tijdens een missie in Afghanistan | Privéfoto

Evenals hij bewaart Simone van Klink uit Oude Wetering goede herinneringen aan haar 4,5 maand als militair arts in Deh Rawod, een stad in de Afghaanse provincie Uruzgan. Dat is inmiddels tien jaar geleden, als huisarts begeeft ze zich momenteel in zekere zin opnieuw aan het front van de zorg vanwege het coronavirus. ‘Ik hoop dat mensen een betere indruk krijgen van wat wij daar nu doen’, zegt ze namens collega-veteranen. ‘En dat we niet als een clubje vechtjassen worden gezien. Want: kijk naar mij, dat ben ik totaal niet.’

 

 

In De Teylinger van 13 juni 2018:

In het Algemeen Dagblad van 3 mei 2018:

Leidsch Dagblad 12 oktober 2015Leidsch Dagblad 12-10-2015

Weekendkrant 10 oktober 2015

Lees verder op Nieuws van Hier/Weekendkrant

Leidsch Dagblad maart 2015

Leidsch-Dagblad-maart-2015

Witte Weekblad 6 mei 2015

Witte-Weeblad-6-mei-2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *